deel knop
Gebruikersnaam:
Wachtwoord


Verhalen Overig: Interviews in Marokko

In het kader van een filmproject over 'homoseksualiteit en islam' ben ik in Marokko geweest en heb ik een aantal jonge, homoseksuele Marokkanen geïnterviewd. Wellicht is het voor veel bezoekers verfrissend om te zien dat Marokkaanse homoseksuelen zo openhartig over hun coming-out, hun identiteit en seksualiteit vertellen.


Interview 1: ‘Karim’
Ik zit in de trein en ben onderweg naar Casablanca. Ik ga een nieuwe poging wagen om Karim (niet zijn echte naam, had wel goed gekund) te ontmoeten. Karim is niet op komen dagen op onze afspraak gisteren. Vanmorgen stuurde hij een sms met excuses: een ontmoeting was voor hem te confronterend geweest. Karim zegt bereid te zijn verhaal te doen, maar niet voor de camera. Voicerecording is echter geen probleem voor Karim en ik ga akkoord. Ik ben opgetogen dat hij mij vandaag toch wil ontmoeten om zijn verhaal te doen.

We maken een afspraak elkaar te treffen tussen de haven en de oude medina, voor het Ibis Hotel. Het Ibis is zo’n standaard hotel wat we van de keten mogen verwachten en bevindt zich recht tegenover het treinstation Casa-Port. Ik ben eerder in het hotel geweest en ben enigszins bekend met de omgeving. Karim laat op zich wachten. Ik wacht op hem in de tuin voor het Ibis. Zoals bijna alle gemeentelijke parken en tuinen in Marokko ziet het er hier ook zeer verzorgd uit. Uiterlijke schijn verbloemt echter veel. Het frisgroene gras is knap geschoren, de looppaadjes zijn aangeharkt. De kleine knotpalmpjes rusten in de schaduw. Ondertussen ontbreekt ieder spoor van Karim. Laat hij me weer zitten?
Ik heb Karim nog nooit ontmoet, noch een foto van hem gezien. Ik weet dus niet wat ik moet verwachten. Iedere jongen die mij passeert is voor mij een potentiële Karim. Wat ik wel weet zijn de profielgegevens, waarmee zijn profiel op internet is opgebouwd. Ik pak mijn telefoon en bekijk zijn profiel voor de zoveelste maal: Karim, 23 jaar, 177cm, kortgeschoren haar. Kleur zwart. Slank. Hij sluit af met:‘I Speak English well’ Ok, niet echt een aanknopingspunt vooralsnog, maar wie weet. Dan, plotseling, gaat mijn telefoon. Eenmaal. In de schaduw, achter een opgestapelde hoop stenen, staat een slanke jongen. Hij is gestoken in een goedvallende glimmende Puma-joggingbroek die losjes hangt om zijn middel. Verder draagt hij een strak, zwart truitje, vast acryl, die naadloos de nek omsluit. Hij speelt met iets in zijn linkerhand, maar ik krijg er geen duidelijk zicht op.
Dan, nogmaals, mijn telefoon. Net op het moment dat ik de telefoon wil beantwoorden, wordt de verbinding verbroken. De jongeman weet genoeg. Met lichte tred komt hij op me af gelopen, zijn schouders licht naar voren hellend. Hij lijkt niet onzeker, eerder vastberaden. In een vluchtig ogenblik kruisen onze blikken elkaar en dan weten we het beiden. Ik krijg een flauwe handdruk, maar wordt verrast door zijn ferme ‘Viens!’ Zwijgend lopen we de oprijlaan af langs de portiers van het Ibis. Ze kijken ons na in hun pinguïnpakken met glimmende knopen.
Ik heb geen idee waar we heen lopen, maar Karim leidt de weg. Met iedere stap die we zetten besef ik me dat ik dat de straatjes kronkeliger worden en het geroezemoes van de kooplui om me heen aanzwelt. We laten de haven voor wat het is en betreden de medina. Het gevoel aan iets begonnen te zijn wat hier ineens plots kan eindigen, grijpt me bij de keel. Waarom ben ik in godsnaam aan dit project begonnen in een vreemd land, vol met onzekere ontmoetingen?
Met dit project wil ik ‘homoseksualiteit binnen de islam’ bespreekbaar maken. Ik wil een podium bieden aan hen die tot een marginaal bestaan zijn veroordeeld. Aan hen die niet zichzelf kunnen en mogen zijn. Aan hen die lijden in stilte. Ik heb een oproep geplaatst op een internet datingsite waar homoseksuele mannen elkaar kunnen ontmoeten. Mijn vraag is gericht aan hen, die de stilte willen doorbreken en hun verhaal willen vertellen. Karim is één van hen.
Hoewel ik veel positieve reacties ontvang van homoseksuele Marokkanen, ben ik me er van bewust dat ik kwetsbaar ben. Zeker hier, op onbekend terrein in een land waar de autoriteiten geen aandacht besteden aan gevoelige onderwerpen als homoseksualiteit. Maar ook Karim is kwetsbaar. Hij kent de omgeving goed, maar is toch behoedzaam. Straks gaat hij van alles prijsgeven over zijn privé leven, zijn seksualiteit en diepste verlangens. Hij gaat mij vertellen wat hij niemand eerder vertelde. De wederzijdse kwetsbaarheid die we beiden ervaren, maakt plaats voor zielsverwantschap en vertrouwen. We hebben beiden iets te winnen. Karim wil erkenning voor zijn bestaan en zijn levensverhaal en ik wil ervaren hoe hij zich voelt. We hebben echter ook veel verliezen. Zwijgzaam lopen we verder.
Plots staan we voor een met nagels beslagen, massief houten deur. Karim houdt zijn pas in en ik mijn adem. De deur wordt geopend nadat Karim twee keer kort klopt. We lopen door de smalle gang en betreden een trap met witte plavuizen. Het is schemerig en de geur is muf. Bovenaan de trap bukken we voor een laaghangende balk, waarop het ‘Bienvenue’ ons in kleurig neon toe flikkert. Ik geloof mijn ogen niet bij het betreden van de ruimte. We treden een, voor mij geheel onbekende, andere wereld binnen.



Interview 2: ‘Omar’
Mijn tweede ontmoeting vindt plaats in de ietwat saaie hoofdstad Rabat. De stad is van origine een oude koningsstad, maar het mag die naam slechts met gepaste trots dragen. Die eer valt eerder toe aan steden als Marrakech, Fez en Meknes. Rabat is Marokko’s politieke en administratieve centrum en bekend omdat het parlement er huist, aan de statige Avenue Mohammed V. Het straatbeeld wordt voornamelijk gedomineerd door mannen, ambtenaren in pak. Ze gaan geruisloos over straat, bewapend met telefoon en laptop.
Recht tegenover het parlement staat het majestueuze Hotel Balima. De grandeur van weleer is verloren gegaan, maar aan kleine details is de charme nog steeds af te lezen. De obers gaan klassiek gekleed in wit overhemd en zwarte vlinderdas. Allen zijn voorzien van een bordeaux rood jasje en aangename glimlach. De obers roepen een sfeer op van het Parijs uit de jaren zestig, op hun lelijke, glimmende geldbuideltjes na. In keurige rijtjes staan de rieten stoeltjes, zilveren tafels en parasollen opgesteld. Het geluid van de straat wordt afgeschermd door een haag cipressen, die fungeren als een natuurlijke geluidswand.
In de kalmte van de schaduw vinden hier tal van ontmoetingen plaats heb ik me laten vertellen. En inderdaad, bij het betreden van het terras voel ik menig blik op mij gericht. Ik verschuil me achter mijn zonnebril en zoek haastig een plek op. De lucht trilt, er hangt een broeierige sfeer. Ik verbaas me over de speelsheid en de gemak waarmee men contact zoekt met elkaar. Blikken worden hier uitgewisseld met wel 4MB per seconde.
Hier, op dit terras, heb ik afgesproken met‘Omar’ (niet zijn echt naam, had wel goed gekund). Omar is 18 jaar en heeft morgen afsluitende examens op school, wiskunde en natuurkunde. Omar wil ingenieur worden en droomt van een baan bij O.N.C.F., de Marokkaanse spoorwegen. Een aantal dagen geleden heeft hij mij benaderd met de melding graag mee te werken aan mijn project. Zijn eerste mail was vol spelfouten, maar wel heel zorgvuldig opgebouwd. Eén zin intrigeerde me in het bijzonder: ‘I feel as a gay, but I swear I wanna change’. Ik besluit direct om een afspraak te maken.
Omar is er niet op de afgesproken tijd, maar daar kijk ik niet meer van op. Dan gaat mijn telefoon, het is Omar. Hij meent dat het te riskant is bij Hotel Balima af te spreken, er zouden immers bekenden op het terras kunnen zitten. We besluiten elkaar te ontmoeten in de anonieme drukte voor station Rabat Ville. Ik grabbel in mijn broekzak naar wat dirhams, glimlach naar de ober en loop Avenue Mohammed V af.
Ik zie Omar in een oogwenk. Voor me staat een jongen met een geblokt gezicht, lichte baardgroei en een langwerpige, spitse neus. Hij heeft een droevige blik in zijn ogen. Zijn schooltas bungelt nonchalant om een schouder. Er gaat een schok door mij heen, wat als hij nog geen 18 is? Ik vraag het hem op de man af en hij bevestigt het wel te zijn. Omar is onrustig en wil direct weg. We dwalen wat rond, hij wil nergens gaan zitten. Uiteindelijk vinden we een plek op stoepje in de schaduw van een moskee. Omar begint zijn verhaal. Ik ga er goed voor zitten.

Omar schetst in rustige zinnen zijn thuissituatie. Vader en moeder zijn gescheiden, hij is de jongste zoon. Het ritme van zijn stem is kalm als de eerste druppels van een regenbui, maar al gauw zwellen de druppels aan tot een vernietigende storm. Omar heeft zich ingeschreven voor een universiteit in Frankrijk voor aankomend studiejaar, maar heeft daar recent bedenkingen bij gekregen. Hij meent dat hij mentaal niet sterk genoeg is om in het vrije Frankrijk zijn homoseksuele neigingen te onderdrukken. Liever heeft hij gelijkgezinden (lees: moslims) om zich heen, die hem op te rechte pad houden en hem aanmoedigen zijn huidige levensstijl voort te zetten. Omar heeft inmiddels verschillende psychiaters bezocht en meent dat God hem zijn homoseksualiteit heeft meegegeven als een test. Ik vraag hem of hij een pil zou nemen om normaal te worden, als die zou bestaan. Zijn ogen glanzen even en hij knikt bevestigend. Ik kan geen woord uitbrengen als hij is uitgepraat. Ik ben sprakeloos.
In mij strijden verschillende emoties om voorrang. Ik voel ongeloof en woede vanwege Omar’s klinische en dogmatische redenering, maar bovenal medelijden. Het liefst zou ik hem in een doosje willen stoppen om hem bij ons weer vrij te laten, zodat hij kan ervaren dat het ook anders kan. Maar ik wil hem ook door elkaar schudden en wakker maken. In plaats daarvan zit ik daar en ik kan niets uitbrengen.
Dan is het de beurt aan Omar. Hij vraagt me het hemd van de lijf. Hij wil weten hoe het leven is in Amsterdam, hoe de geur is en hoe mensen omgaan met elkaar. Hij wil weten of homo’s kunnen trouwen en kijkt er verbaasd van op dat ze ook een kind kunnen adopteren. En hij wil weten wat ik eigenlijk ben. Ik probeer hem een hart onder de riem te steken en zeg hem dat hij nu op een leeftijd is waarin alles verwarrend en onzeker aanvoelt. Dat de tienerjaren de zwaarste tijd is uit je leven. Dat het de jaren zijn dat je je vormt en dat het vaak gepaard gaat met horten en stoten. Dat je dingen voelt die je niet wil voelen, maar die wel bij je horen. Ik zeg hem dat het alleen maar makkelijker wordt als je ouder wordt, puttend uit mijn eigen ervaring. Hij glimlacht, maar ik ben er niet zeker van of ik hem hiermee heb kunnen overtuigen. Hij heeft geen vragen meer. We nemen afscheid en ik roep hem na: ‘Succes met je examens morgen!’
Het is al middernacht als mijn telefoon gaat. Het is een sms van Omar: ‘Chris, ik heb toch nog één vraag. Wanneer waren jouw tienerjaren afgelopen?’



Interview 3: ‘Soufian’
Gisteravond kreeg ik een berichtje van Soufian, of ik hem vandaag al wil ontmoeten. Om 10 uur in de ochtend. Enigszins verrast door zijn assertieve houding besluit ik om er direct op in te gaan. We spreken af op de eerste verdieping van Café Comédie, gelegen aan een pleintje op loopafstand van Hotel Balima. Gewoonlijk is het hier rustig in de ochtend, pas later op de dag stroomt het vol met mensen die van de avondzon komen genieten.
Om tien voor 10 gaat mijn telefoon, Soufian zit al op me te wachten. Dit heb ik nog niet eerder meegemaakt, ik moet er van lachen. Ik pak mijn camera en voicerecorder en sluit de deur af van mijn hotelkamer. Ik loop de trap af met twee treden tegelijk. De patio van mijn hotel is al vol bedrijvigheid. Een groep Hollandse vrouwen ontbijt met verse croissants, koffie en thee. Ze dragen driekwartsbroeken tot hun enkels en hebben strooien hoedjes op. De schouder van een enkeling is al behoorlijk rood. De akela van het stel houdt de groep goed in de gaten. Ze draagt een polo waar de grote gele N van ‘Neckermann’ op prijkt. Ik kan het niet helpen, maar bij het passeren van hun tafel rolt er ‘Bonjour’ over mijn lippen.
Soufian speelt met zijn telefoon als ik aan kom lopen en heeft een koptelefoontje in zijn oren. Hij valt op met zijn lange gestalte en kleine bril. Hij ziet er aandoenlijk uit in zijn veel te ruimvallende pak. Zijn grote handen verdwijnen in de lange mouwen en de schouders zijn te ruim opgeplooid. Hij ruikt naar vers ochtendzweet.
Het café is toch lawaaierig en niet geschikt voor opnames. Soufian leegt zijn cappuccino en we lopen naar Parc du Triangle de Vue. Dan begint hij te vertellen. Soufian komt uit een zeer religieus gezin, zijn beide ouders zijn beide afstammelingen van de lijn van Profeet Mohammed. Hij heeft een familiestamboom meegebracht, verwachtingsvol toont hij mij het document. Ik word er niet veel wijzer van, maar moet toegeven dat het indrukwekkend aandoet door de zwierige Arabische tekens.
Soufian vertelt over het dubbelleven dat hij leidt en over de gecompliceerde relatie met zijn ouders. Vier jaar geleden betrapte zijn moeder hem toen hij een jongen zoende thuis in de achtertuin. Direct daarop volgden een reeks gesprekken met de psychiater. Soufian heeft het geluk op dat moment aan de anti-depressiva te slikken, waardoor de psychiater zijn homoseksuele neigingen als logisch gevolg ziet. Zijn ouders gaan mee in deze redenering van de mensendokter, waardoor slechts een reprimande volgt. Hij komt er goed mee weg.
Soufian heeft voor zichzelf een goede balans gevonden om uiting te geven aan zowel zijn geloof als zijn seksualiteit. Lang geleden besloot hij om geen serieuze, langdurige relatie aan te gaan, hij geeft de voorkeur aan kortstondige contacten. Dit belet hem om verliefd te worden en zijn hoofd op hol laten brengen door een man. Deze concessie doet aan zijn geloof. Voor zijn gevoel is hij slechts half fout doordat hij alleen gehoor geeft aan lichamelijke begeerte. Hij gaat niet in op de vraag hoe dat voor hem voelt. Liever concentreert hij zich op de goede helft in hem. Ik vraag waar hij eerder van droomt, gelukkig worden met een man of het volbrengen van de bedevaart naar Mekka. Hij droomt van het laatste. geluidsfragment interview Soufian http://www.belloni-concepts.nl/wp-content/uploads/2011/04/interview-Chris-in-Marokko1.mov

We ronden het gesprek af en Soufian nodigt me uit hem vanavond te vergezellen naar een jazzconcert. Ik ga hier graag op in en beloof hem op tijd te komen. Als de avond invalt, zoek ik mijn weg naar het Centre Culturel Français, de plek van het optreden. Soufian staat mij op te wachten bij de ingang. Ik herken hem aan de uitstekende schouders van zijn pak. Vanavond ruikt hij naar goedkope Eau de Cologne.



Interview 4: ‘Eytam’
Met gierende banden komen we de parkeerplaats van de High Club opgescheurd, het grind spat in het rond. De volumeknop wordt snel nog een tandje hoger gezet; iedereen mag, nee móet, ons zien en horen aankomen. Dit is onze entree. Als de auto eenmaal op de juiste plek staat, stapt Eytam uit. Het is de auto van zijn moeder die hij stiekem heeft geleend. Eytam is zijn ouderlijk huis uitgeslopen, nadat hij eerst twee keer heeft gekeken of zijn ouders daadwerkelijk sliepen. Met een vlakke hand strijkt hij een voor mij niet zichtbare kreukel uit zijn overhemd en hij pakt zijn mobiele telefoon. Eytam belt Maurice, een kleine, gedrongen Fransman, eigenaar van de High Club en zijn laatste scharrel.
Een ogenlik later wenkt Maurice ons te komen en we passeren vier grote uitsmijters bij de ingang van de club. Ik krijg een kleffe hand van Maurice, hij lijkt bovenal geïnteresseerd in Eytam. Hij leidt ons langs de lange rij wachtenden, die hopen deze avond binnen de club nog in te komen. Als we binnen zijn worden we direct door twee jonge, hip uitziende jongens naar een tafel geleid aan de dansvloer. Het blijkt de beste tafel van de club. De twee jongens staan de hele avond tot onze beschikking. Ze brengen ons gekoelde dranken en schone asbakken. Eytam zakt diep weg in zijn stoel, voor de rest van de avond. Dit is het ultieme uitgaan in Marokko. Eytam laat zich bedienen als een diva en geniet zichtbaar. Hij is de ster van de avond.
Mijn gedachten dwalen af naar vanmorgen vroeg, naar het moment waarop Eytam en ik elkaar ontmoeten voor ons eerste interview. Het valt me direct op hoe schichtig hij om zich heen kijkt. Hij is nerveus en zijn stem trilt als hij zich voorstelt. Zijn vrouwelijke verschijning, zijn hoge stem en ranke schouders maken hem een makkelijke prooi voor hen die kwaad willen doen. Hij wil niet op het plein blijven, want dan vallen we teveel op. Dus we lopen wat rond. Ik voel de gemene, stekende blikken die hem worden toegeworpen, een enkeling schreeuwt hem iets toe. Ik versta er weinig van, maar het gesis is vast niet aardig bedoeld. Deze behandeling valt je dus ten deel in Marokko als je een vrouwelijke man bent. Hoewel veel mannen hier homoseksuele ervaringen hebben, is het pas echt een schande als je er ook uitziet als een homoseksueel.
Eytam voelt zich niet comfortabel bij de situatie en besluit af te zien van het interview. Mentaal gezien is hij doodmoe en dat is goed aan hem te zien. Zijn oogleden knipperen traag en als hij spreekt, kiest hij bedachtzaam zijn woorden. We besluiten terug te lopen naar zijn auto. Daar aangekomen, blijkt hij toch te willen praten. Zijn auto is zijn meest veilige plek. We rijden Avenue Hassan II af richting Salé. Eytam draait de radio zacht en begint te praten. Anderhalf uur lang.
Zijn Engels is aangezet met een zwaar Zuid-Californisch accent. Als ik daar naar vraag vertelt hij trots 5 maanden in Los Angeles te hebben gewoond en een procedure in gang had gezet voor een verblijfsvergunning. Hij vertelt over dat ene telefoontje uit Marokko dat alles veranderde: zijn moeder heeft een tumor in haar hoofd, zo groot als een ei. Hij besluit voorlopig terug te keren naar Marokko om zijn moeder te ondersteunen, hoewel hij zielsgelukkig is in Los Angeles. Zijn moeder wordt succesvol geopereerd en Eytam besluit haar alles te vertellen over Amerika, over zijn nieuwe vrienden en zijn nieuwe ik.
Zijn verhaal valt in slechte aarde en Eytam krijgt permanente huisarrest. Hij mag niet meer naar school en verlaat het ouderlijk huis slechts voor een wekelijks bezoek aan de psychiater. Iedere avond eet hij alleen met een bord op schoot, zijn ouders spreken niet meer met hem. Internet is zijn enige venster dat uitzicht biedt op de andere wereld buiten zijn kamer. Hij kent inmiddels alle Amerikaanse series en films. Het gaat snel bergafwaarts met hem. Hij slikt anti-depressiva en denkt steeds vaker aan zelfmoord. De American Dream die hem voor het grijpen lag, heeft hij laten varen uit loyaliteit voor zijn moeder. Slechts een glimp van die wereld sijpelt zijn kamer binnen, bij het zien van zijn zoveelste film.


Meer informatie is te vinden op http://www.belloni-concepts.nl

Reactie's op Overig: Interviews in Marokko

Dit verhaal heeft nog geen reactie's


Opmaak
icon     icon     icon     icon     icon     icon


Reageer met je twitter acount


Twitternaam:

Wachtwoord:






© 2012 Gayinem.nl -
Regels en voorwarden
Producten

Check-Seo.nl correct